Omgeving

Cannenburgh-Vaassen en te Riele, waar stokoud en hypermodern samengaan

Walsenstoelen, rollenmolens, kruimelaars: twee, vier of zes rollen hebben ze allemaal. Rollen die door gebruik slijten en hun werk niet meer goed kunnen doen: werk aan de winkel voor te Riele in Vaassen! Vroeger een ellenlange, handmatige klus en nu, zoveel later, een prooi voor een volledig geautomatiseerde machine. Hoog tijd om dit eens te bekijken!

De Cannenburgh, 1386, je kunt er niet omheen: het oude landgoed met het prachtige kasteel in Vaassen, het is tegelijk ook de thuisbasis van te Riele! Knus, traditioneel, bescheiden en geheel opgaand in de schitterende authentieke omgeving. Het rad van de watermolen draait zoals heel vroeger in de spreng. Wasserijen en maalderijen vochten om stromend water. Op het begeleidende bord staat: “ Hoge grondwaterstanden langs de randen v.d. Veluwe zijn eeuwenlang van grote invloed geweest op de plaatselijke economie. Drassige plaatsen werden vergraven om via sprengenbeken extra water aan te voeren om watermolens aan te drijven. Cannenburgh’s  historie gaat terug tot de 14e eeuw.

tot de 14e eeuw. Vanaf toen stond er een watermolen bij ‘t kasteel. De molen is hoofdzakelijk gebruikt als korenmolen. In 1761 zelfs met twee raderen. In 1872 kwam de molen in het bezit van Gait te Riele. In de strenge winter van 1940 brandde de houten molen volledig af en werd meteen in baksteen herbouwd en de molen kreeg een turbine: uniek op de Veluwe. In 2010 is de molen gerestaureerd en werden de turbine en de molengoot, inclusief rad weer hersteld”.

De molen werd de basis van het huidige bedrijf. Door de eeuwen heen werd koren malen op stenen vervangen door moderne technieken, maar op de oude plek is te Riele nog druk met boekweit en andere loondienst vermalingen. Een klus van één van de drie nazaten te Riele. Vijfde generatie! De tweede te Riele, nu even in de slijperij te vinden, maar normaal onderweg voor montage en vernieuwing van walsmolens en kruimelaars op locatie. Het slijpen en profileren, een activiteit die 75 jaar geleden als alternatieve inkomstenbron is opgepakt, toen het traditioneel malen door de tijd ingehaald werd. Molenstenen afrijden en “Billen”, feitelijk de groeven weer scherp maken om het graan uiteen te wrijven ging over naar metalen walsen, die hetzelfde effect kunnen bereiken.

“Granen en andere producten kun je door het goede profiel te kiezen op verschillende manieren verkleinen”; Anton te Riele zit even in zijn rol van docent. “Zet twee “luie” profielen tegenover elkaar en je krijgt een door zijn lengte kwetsbaar deeltje. Pas het allemaal iets aan en er komt een sterker “Wybertje” van”-zie schetsje. “Meestal komen de verkopende ondernemingen namens de gebruikers langs om te overleggen wat een goede keuze is en later komen de walsen hier terug als ze hun werk niet meer goed doen”. Het is duidelijk, dan komen beschadigde en versleten rollen terug naar Vaassen en worden ze geslepen en geprofileerd. “We hebben ook zelf montage-en reparatie medewerkers hoor en opereren over de hele wereld.

Lagers, as-tappen, afdichtingen en afstellingen zijn ook erg belangrijk”. Je komt zo vanzelf bij het onderwerp “kennis en opleiding” en Anton meldt meteen dat de eindgebruikers, bv veevoerproducenten of tarwemaalderijen, over het algemeen achter blijven. “Als de machine mét gekozen walsen er eenmaal staat, dan ben je eigenlijk te laat. Verdiep je vooraf goed in de mogelijkheden (wat gaat er in en wat willen we als eindprodukt hebben en met welke capaciteit); we hebben hier de faciliteiten om kennis op te doen en op te leiden. Het is zelfs mogelijk om onze bezigheden en mogelijkheden op te nemen in een personeelsuitje! Bekijken we de Cannenburgh eventueel ook en kijk, hier posteren we dan onze bbq”…

Op het erf is in dezelfde bescheiden stijl een gebouw te vinden met maar liefst dertien slijp-en riffel inrichtingen. Daar waar vroeger met bloed zweet en tranen de walsen moesten worden hersteld, is dat nu een kwestie geworden van wensen in de besturing stoppen en zo nu en dan eens kijken of alles nog gaat zoals bedoeld is. Een beitel ploegt, sorry steekt, in één snelle, lange haal door het overgebleven profiel “Vroeger was dat hydraulisch, lawaaierig en schokkerig, nu is alles rustig en vloeiend dankzij servo- aandrijving”. En nog is dat niet genoeg: “je kunt er niet omheen, de capaciteiten van de veevoerfabrieken stijgen, inclusief de grootte van de machines en dus ook de walsen”, aldus te Riele nummer drie, Anton. “Lang waren de walsen nog wel aardig te hanteren, maar nu komen we bij gewichten van zes ton en dat gaat hier niet meer lukken”.

4

Op het industrieterrein van Vaassen heeft dit familiebedrijf, dat zo geweldig belangrijk is voor de vermalende industrie, een hal aangeschaft met daarin het summum van walsen profileren. “Hier, in deze hal, DPT-Netherlands als bedrijfsnaam, kan een vrachtwagen achterwaarts inrijden en met de portaalkraan van 6,5 ton kunnen we de walsen van de wagen halen”. Achter beschermende hekken staat inderdaad een immense machine, het paradepaardje en de opmaat naar de “hogere liga”, de tR810! Leuk, Rodomach, een hyper modern Nederlands bedrijf gespecialiseerd in automatisering en robottechniek heeft deze tR810 gebouwd.

Een licht gesjilp is hoorbaar. Op een carrousel met twaalf beitels wordt geslepen en gemeten. Telkens komt een slijpsteentje naar voren om de volgende beitel bij te werken. De uitkomsten komen op afroep tot duizendsten van millimeters in beeld. “ Per te behandelen profiel wordt met de afwijking rekening gehouden” zegt Anton trots. De houder waar de carrousel met beitels op staat, compenseert het verschil. Dan is het zover en de kop positioneert zich voor de wals en in één flitsende streep doet hij zijn werk! Met een nog hogere snelheid schiet de arm terug en neemt de volgende groef voor zijn rekening..

3

Walsen tot drie meter lang kunnen worden behandeld. Hoe snel, dat mag de operator zelf bepalen. “ Hij kan tot vier keer zo snel werken dan de oude: handig bij haastklussen”. De hele bewerking is te volgen en te besturen op een videoscherm of “smartfone” want de techniek staat voor niets tegenwoordig. Dit gezegd hebbende doet Anton het licht weer uit en de deur op slot. De tR810 gaat onbemand door “Morgen zien we wel weer”..

Machine foto
1